Begrippen

Micron
Een micron ofwel micrometer is gelijk aan een duizendste deel van een millimeter. Onze maaswijdtes en draaddiameters worden weergegeven in microns.

1mm = 1000micron.

Kettingdraden / Scheringdraden
Kettingdraden (ofwel scheringdraden) zijn draden welke in de lengterichting van de rol lopen.

Inslagdraden
Inslagdraden zijn draden welke in de breedterichting van de rol lopen.

Maaswijdte
De maaswijdte is de grootte van de openingen van het gaas, oftewel de afstand tussen twee draden. Maaswijdtes geven wij altijd aan in microns. De maaswijdte kan ook worden weergegeven met het meshnummer. Dit nummer geeft het aantal openingen (mazen) per strekkende duim (25,4 mm) aan, gemeten van hart op hart draad. Om het meshnummer van een gaassoort te bepalen meten we dus vanaf het hart van een draad naar een punt op één duim afstand daarvan en tellen het aantal openingen op deze afstand.

De formule voor het berekenen van de maaswijdte is: (25,4 / meshnummer) - draaddikte

Retentie
Bij tressengaas wordt niet gesproken van ‘maaswijdte’ maar van ‘retentie’. Retentie is moeilijk te berekenen omdat deze van diverse factoren afhankelijk is, o.a. van de druk, de vorm der te zeven deeltjes etc. De retentie van tressengaas wordt dan ook meestal proefondervindelijk vastgesteld.

Doorlaatpercentage
Wanneer zowel het (mesh)nummer als de draaddikte bekend zijn, kunnen voor elke gaassoort de maaswijdte en het doorlaatpercentage berekend worden.

Formule voor het doorlaatpercentage in procenten: 100 x (M² / ((M+D)²))
M = maaswijdte
D= draaddiameter

Zelfkant
Met zelfkant wordt de kant, welke gevormd wordt door de inslagdraad, die om de buitenste kettingdraad een lus vormt bedoeld. Gaas heeft meestal twee zelfkanten aan de beide lange zijden. Wanneer gaas slechts één zelfkant heeft, betekent dit dat het gaas op dubbele breedte is gemaakt en daarna doorgeknipt. Aan de kwaliteit van het gaas als zodanig doen deze zelfkanten niet af of toe.


Aan het laden
Aan het laden